Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets woordsoorten groep 5: werkwoord, zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord

Leerlingen benoemen in zinnen het werkwoord, het zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord. De toets heeft twaalf vragen met meerkeuze, waar/onwaar en korte antwoorden en is bedoeld voor groep 5.

Door Edform · Taal · Leerjaar 3 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is het werkwoord in: De hond rent door het park.
  2. Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord in: De rode auto staat voor het huis.
  3. Welk woord is het zelfstandig naamwoord in: Ik lees een spannend boek.
  4. Tot welke woordsoort hoort het woord lopen?
  5. Tot welke woordsoort hoort het woord groot?
  6. In welke zin staat een bijvoeglijk naamwoord?
  7. Welke woorden zijn een werkwoord?
  8. Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
  9. In de zin ‘De bal rolt weg’ is bal een werkwoord.
  10. In ‘een lekkere pannenkoek’ is lekkere een bijvoeglijk naamwoord.

Meer zoals dit