Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets taal groep 8: woordsoorten, zinsdelen en spelling

Leerlingen laten zien dat ze woordsoorten en zinsdelen kunnen aanwijzen en lastige woorden goed spellen. Twaalf vragen met meerkeuze, waar/onwaar en korte antwoorden, op het niveau van groep 8.

Door Edform · Taal · Leerjaar 6 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is de persoonsvorm in de zin: 'Zij heeft de hele middag geknutseld.'?
  2. Wat is het onderwerp in de zin: 'Na school helpt Daan zijn opa in de tuin.'?
  3. Wat is het lijdend voorwerp in de zin: 'Mama bakt een heerlijke cake.'?
  4. Wat is het gezegde in de zin: 'De kinderen hebben een leuk spel gespeeld.'?
  5. Welk woord is een voorzetsel in de zin: 'Het boek ligt onder de tafel.'?
  6. Welk woord is goed gespeld? Ik heb de hele dag ... (werken).
  7. Welke woorden zijn goed gespeld?
  8. Welke woorden in de zin zijn werkwoorden? 'Het meisje zingt een liedje en danst daarna door de kamer.'
  9. In de zin 'Gisteren fietste ik naar school' is 'ik' het onderwerp.
  10. Het woord 'gezelligheid' is een bijvoeglijk naamwoord.

Meer zoals dit