Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Woordsoorten groep 6: bijvoeglijke naamwoorden bij zelfstandige naamwoorden

Leerlingen in groep 6 oefenen met bijvoeglijke naamwoorden en zoeken bij welk zelfstandig naamwoord ze horen. Het werkblad bevat twaalf vragen: keuzevragen, invullen, koppelen, sorteren en waar/niet waar.

Door Edform · Taal · Leerjaar 4 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord in de zin: De kleine hond blaft luid.
  2. Bij welk zelfstandig naamwoord hoort het bijvoeglijk naamwoord 'gezellig' in de zin: Mijn oma heeft een gezellig huisje.
  3. Welke woorden zijn bijvoeglijke naamwoorden in de zin: De oude man draagt een warme jas en groene laarzen.
  4. Kies het juiste woord.
  5. Schrijf het bijvoeglijk naamwoord uit de zin op: Mila heeft een blauwe fiets.
  6. Sorteer de woorden: zijn het bijvoeglijke of zelfstandige naamwoorden?
  7. Zijn de uitspraken waar of niet waar?
  8. Bij welk zelfstandig naamwoord hoort 'zwarte' in de zin: De zwarte kat springt over het lage hekje.
  9. Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden staan er in de zin: De grote, bruine hond eet een droog broodje. Schrijf het aantal op.
  10. Vul het ontbrekende woord in.

Meer zoals dit