Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets taal groep 7: woordsoorten en zinsdelen

Leerlingen oefenen met het aanwijzen van de persoonsvorm, het onderwerp en woordsoorten in korte zinnen. De toets heeft twaalf vragen: meerkeuze, waar/onwaar en korte antwoorden, op het niveau van groep 7.

Door Edform · Taal · Leerjaar 5 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is de persoonsvorm in de zin: 'De kinderen fietsen elke dag naar school.'?
  2. Wat is het onderwerp in de zin: 'Gisteren speelde Noor buiten met haar vriendinnen.'?
  3. Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord in de zin: 'Het kleine hondje rent door de tuin.'?
  4. Welk woord is een persoonlijk voornaamwoord in de zin: 'Zij leest een boek in de bibliotheek.'?
  5. Wat is de persoonsvorm in de zin: 'Wij hebben gisteren een taart gebakken.'?
  6. Wat is het onderwerp in de zin: 'Op het plein voetballen de jongens.'?
  7. Welke woorden in de zin zijn werkwoorden? 'De leerlingen lezen een boek en schrijven daarna een verslag.'
  8. Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden?
  9. In de zin 'De kat slaapt op de bank' is 'slaapt' de persoonsvorm.
  10. De persoonsvorm blijft hetzelfde als het onderwerp van enkelvoud in meervoud verandert.

Meer zoals dit