Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets zinsontleding klas 3: gezegde en bepalingen

Leerlingen in klas 3 oefenen met zinsontleding: het gezegde (werkwoordelijk of naamwoordelijk), het onderwerp, het lijdend voorwerp en bijwoordelijke bepalingen. De toets bevat 12 vragen van gemiddeld niveau.

Door Edform · Taal · Leerjaar 9 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is het gezegde in de zin: De buurman zal morgen zijn auto wassen?
  2. Welk soort gezegde staat in de zin: Mijn broer is al jaren leraar?
  3. Wat is het naamwoordelijk deel van het gezegde in de zin: Het water in de sloot blijft ijskoud?
  4. Welk zinsdeel is 'gisteren' in de zin: Gisteren heeft Fatima haar fiets gerepareerd?
  5. Wat is het lijdend voorwerp in de zin: Op zaterdag bakt opa verse appeltaarten voor de buren?
  6. Uit hoeveel zinsdelen bestaat de zin: De leerlingen van klas 3 lopen morgen naar het museum?
  7. Welke zinnen hebben een naamwoordelijk gezegde?
  8. Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen in de zin: Gisteren fietste Daan met zijn vriend naar school?
  9. In de zin 'Mijn tante is dokter' bestaat het gezegde alleen uit het werkwoord 'is'.
  10. Het onderwerp van een zin vind je met de vraag 'wie of wat + persoonsvorm?'.

Meer zoals dit