Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets begrijpend lezen groep 6: moeilijke woorden uit de context afleiden

Leerlingen leiden de betekenis van moeilijke woorden af uit de zin eromheen. De toets bestaat uit twaalf vragen met korte zinnen en tekstjes: meerkeuze, juist/onjuist en een kort antwoord. Niveau groep 6.

Door Edform · Taal · Leerjaar 4 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Lees de zin: 'De vlinder was heel fragiel; bij één verkeerde aanraking kon zijn vleugel breken.' Wat betekent 'fragiel'?
  2. Lees de zin: 'Mila aarzelde bij de rand van het zwembad; ze durfde nog niet te springen.' Wat betekent 'aarzelen'?
  3. Lees de zin: 'De bakker is beroemd om zijn brood; zijn reputatie reikt tot ver buiten het dorp.' Wat betekent 'reputatie'?
  4. Lees de zin: 'Het eten was schaars; er was maar een klein beetje brood voor het hele gezin.' Wat betekent 'schaars'?
  5. Lees: 'Tim kwam thuis en zag een taart op tafel. Hij keek verbaasd. Hij had niet verwacht dat iemand aan zijn verjaardag had gedacht. Daarna ging hij naar zijn kamer.' Welke zin helpt je het meest om te snappen wat 'verbaasd' betekent?
  6. Het woord 'onzichtbaar' bestaat uit on + zicht + baar. Wat betekent het woord?
  7. Lees de zin: 'Fatima is zeer behulpzaam: ze draagt de tassen van de buurvrouw en helpt haar met de boodschappen.' Wat betekent 'behulpzaam'?
  8. Welke twee woorden betekenen het tegenovergestelde van 'luid'?
  9. Welke twee woorden betekenen ongeveer hetzelfde als 'enorm'?
  10. In de zin 'De jongen was woedend; zijn gezicht werd rood en hij schreeuwde.' betekent 'woedend' ongeveer 'heel erg boos'.

Meer zoals dit