Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Werkblad taal groep 6: bijvoeglijke naamwoorden en hun trap

Leerlingen oefenen bijvoeglijke naamwoorden herkennen en de vergrotende en overtreffende trap vormen met meerkeuze, koppelen, invullen, sorteren en ordenen. Bedoeld voor groep 6 van de basisschool.

Door Edform · Taal · Leerjaar 4 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord in de zin: Het oude huis staat op de hoek.
  2. Wat is de vergrotende trap van het woord snel?
  3. Wat is de overtreffende trap van het woord groot?
  4. In welke zin staat een bijvoeglijk naamwoord in de overtreffende trap?
  5. Zet de trappen van het woord lang in de goede volgorde: eerst de stellende trap, dan de vergrotende trap, dan de overtreffende trap.
  6. Koppel elk bijvoeglijk naamwoord aan zijn vergrotende trap.
  7. Vul de vergrotende en de overtreffende trap in van het woord zwaar.
  8. Kies de juiste vorm.
  9. Sorteer: welke woorden zijn een bijvoeglijk naamwoord en welke niet?
  10. Sorteer de woorden naar de trap waarin ze staan.

Meer zoals dit