Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Natuurkunde oefenen klas 4: de wet van Ohm (U = I x R)

Leerlingen passen de wet van Ohm toe om spanning, stroomsterkte of weerstand uit te rekenen en de formule om te schrijven. De opdrachten bestaan uit rekenvragen, koppelen, ordenen en invullen en passen bij klas 4 van het voortgezet onderwijs.

Door Edform · Natuurkunde · Leerjaar 10 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welke formule is de wet van Ohm?
  2. Door een weerstand van 6 Ω loopt een stroom van 2 A. Bereken de spanning in V.
  3. Een apparaat van 46 Ω is aangesloten op 230 V. Bereken de stroomsterkte in A.
  4. Over een lampje staat 12 V en er loopt 0,5 A doorheen. Bereken de weerstand in Ω.
  5. Door een weerstand van 20 Ω loopt een stroom van 250 mA. Bereken de spanning in V.
  6. Vul de formules aan.
  7. Welke eenheid hoort bij welke grootheid?
  8. Een spanning van 12 V staat over verschillende weerstanden. Zet de weerstanden op volgorde van de kleinste naar de grootste stroomsterkte.
  9. Kies de juiste woorden.
  10. Een lampje van 10 Ω staat op een spanning van 6 V. Hoe groot is de stroomsterkte?

Meer zoals dit