Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Werkblad goniometrie klas 4: hoeken berekenen met inverse functies

Leerlingen bepalen hoeken in een rechthoekige driehoek met sin⁻¹, cos⁻¹ en tan⁻¹ op de rekenmachine en kiezen de juiste functie. Twaalf vragen met ordenen, koppelen en invullen voor klas 4.

Door Edform · Rekenen-wiskunde · Leerjaar 10 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Een rechthoekige driehoek heeft een overstaande zijde van 3 en een schuine zijde van 5. Hoe groot is de hoek (afgerond op één decimaal)?
  2. De aanliggende zijde is 6 en de schuine zijde is 10. Hoe groot is de hoek (afgerond op één decimaal)?
  3. De overstaande zijde is 5 en de aanliggende zijde is 12. Hoe groot is de hoek (afgerond op één decimaal)?
  4. Je kent de overstaande en de aanliggende zijde van een hoek. Welke berekening geeft de hoek?
  5. Een ladder van 5 m staat tegen een muur. De voet staat 1,5 m van de muur. Welke hoek maakt de ladder met de grond (afgerond op één decimaal)?
  6. Zet de stappen voor het berekenen van een hoek in de goede volgorde.
  7. Welke inverse functie gebruik je bij welke twee bekende zijden?
  8. Vul de ontbrekende getallen in.
  9. Kies het juiste antwoord.
  10. Welke inverse functie gebruik je bij deze gegevens?

Meer zoals dit