Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Natuurkunde oefenen klas 3: snelheid berekenen met v = s : t

Leerlingen berekenen snelheid, afstand en tijd met v = s : t en rekenen om tussen km/u en m/s. De opdrachten bestaan uit rekenvragen, koppelen, ordenen en invullen en passen bij klas 3 van het voortgezet onderwijs.

Door Edform · Natuurkunde · Leerjaar 9 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welke formule hoort bij het berekenen van snelheid?
  2. Een fietser legt 45 km af in 3 uur. Bereken zijn gemiddelde snelheid in km/u.
  3. Een auto rijdt 2,5 uur met een snelheid van 90 km/u. Hoeveel kilometer legt de auto af?
  4. Een trein moet 150 km afleggen met een snelheid van 75 km/u. Hoeveel uur duurt de reis?
  5. Een auto rijdt 72 km/u. Reken om naar m/s.
  6. Een schaatser rijdt met 12 m/s. Hoeveel km/u is dat?
  7. Vul het getal in.
  8. Welke snelheid hoort bij welke situatie?
  9. Zet de snelheden van langzaam naar snel.
  10. Kies de juiste woorden.

Meer zoals dit