Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets aardrijkskunde groep 6: lezen van een plattegrond

Leerlingen lezen een plattegrond: ze gebruiken de legenda, windrichtingen en de schaal om plaatsen en afstanden te bepalen. De toets bestaat uit meerkeuze, waar/onwaar, korte antwoorden en een rekenvraag, op niveau groep 6.

Door Edform · Aardrijkskunde · Leerjaar 4 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Op een plattegrond ligt het dorpsplein in het midden. De school ligt ten noorden van het plein. In welke richting loop je van het plein naar de school?
  2. Waarvoor gebruik je een windroos of noordpijl op een plattegrond?
  3. Op een plattegrond is 1 cm in het echt 100 meter. De bibliotheek ligt op de plattegrond 3 cm van het station. Hoeveel meter is dat in het echt?
  4. Je staat bij de brug en kijkt naar het noorden. De molen ligt rechts van je. In welke richting ligt de molen vanaf de brug?
  5. Op de meeste plattegronden is boven het noorden.
  6. Wat kun je vinden op een plattegrond?
  7. Hoe heet het deel van een plattegrond dat uitlegt wat de tekens en kleuren betekenen?
  8. Vanaf de school loop je naar het oosten naar de bakker. Vanaf de bakker loop je naar het zuiden naar de kerk. In welke richting ligt de kerk vanaf de school?
  9. In de legenda staat: een blauw vlak is water en een groen vlak is een park. Op de plattegrond ligt een groen vlak naast een blauw vlak. Wat ligt er naast elkaar?
  10. Op een plattegrond is 1 cm in het echt 50 meter. Dan is 4 cm in het echt 150 meter.

Meer zoals dit