Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Natuurkunde toets klas 3: spanning, stroom en weerstand

Leerlingen in klas 3 gebruiken de wet van Ohm om spanning, stroomsterkte en weerstand te berekenen. De toets heeft meerkeuzevragen, waar-of-onwaar, een korte vraag en twee rekenvragen.

Door Edform · Natuurkunde · Leerjaar 9 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welke formule hoort bij de wet van Ohm?
  2. Door een lamp loopt 0,5 A bij een spanning van 6 V. Hoe groot is de weerstand?
  3. Een weerstand van 20 Ω zit aangesloten op 10 V. Hoe groot is de stroomsterkte?
  4. Welk meetinstrument meet de stroomsterkte?
  5. Hoe sluit je een voltmeter aan om de spanning over een lamp te meten?
  6. De spanning wordt verdubbeld en de weerstand blijft gelijk. Wat gebeurt er met de stroomsterkte?
  7. Welke uitspraken zijn juist?
  8. Bij een grotere weerstand loopt er bij dezelfde spanning een kleinere stroom.
  9. In een serieschakeling is de stroomsterkte op elke plek verschillend.
  10. Wat is de eenheid van weerstand? Schrijf de naam.

Meer zoals dit