Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Economie oefenen klas 4: winst, omzet en kosten berekenen

Leerlingen berekenen omzet, kosten en winst van een klein bedrijf en onderscheiden constante en variabele kosten. De 12 vragen bevatten rekenopgaven, koppelen, sorteren en meerkeuze; voor klas 4.

Door Edform · Economie · Leerjaar 10 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Hoe bereken je de winst van een bedrijf?
  2. Een bakkerij verkoopt 300 broden voor € 2,50 per stuk. Hoeveel euro is de omzet?
  3. Een kiosk heeft een omzet van € 1.250 en totale kosten van € 980. Hoeveel winst is dat?
  4. Een bedrijf heeft vaste kosten van € 400 per maand en variabele kosten van € 3 per product. Het maakt 200 producten. Hoeveel euro zijn de totale kosten?
  5. Welke kostenpost is een vaste (constante) kost?
  6. Kies uit: afzet, winst, kosten.
  7. Kies de juiste woorden.
  8. Koppel het begrip aan de formule of uitleg.
  9. Constante of variabele kosten? Sorteer.
  10. Welke uitspraken kloppen?

Meer zoals dit