Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Begrijpend lezen oefenen groep 3: korte zinnen en vragen

Kinderen lezen korte zinnen en beantwoorden vragen over wie, wat en waar. Ze kiezen, koppelen, ordenen, sorteren en vullen in. Bedoeld voor groep 3, met 12 korte vragen en een uitleg bij elk antwoord.

Door Edform · Taal · Leerjaar 1 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Lees: "Sam heeft een bal." Wat heeft Sam?
  2. Lees: "Fatma speelt in de tuin." Waar speelt Fatma?
  3. Lees: "De kat drinkt melk." Wie drinkt melk?
  4. Lees: "Sanne fietst naar school." Welk antwoord hoort bij welke vraag?
  5. Zet de zinnen in de goede volgorde.
  6. Lees: "Tim heeft een hond. De hond heet Bram." Vul de antwoorden in.
  7. Sorteer de woorden: is het een dier of een ding?
  8. Lees: "Lotte heeft een blauwe jas. Ze gaat naar het park." Wat klopt?
  9. Lees en kies het goede woord.
  10. Lees: "Pim ziet een vis in het water." Waar zit de vis?

Meer zoals dit