Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Molrekenen klas 5: massaverhoudingen uit reactievergelijkingen

Leerlingen berekenen met een kloppende reactievergelijking hoeveel gram product ontstaat uit een gegeven massa. Ze rekenen, ordenen, koppelen en sorteren. Voor klas 5 scheikunde. De opgaven gaan over massaverhoudingen in reactievergelijkingen.

Door Edform · Scheikunde · Leerjaar 11 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Bij de reactie C + O2 → CO2 reageert 6,0 g koolstof volledig. Hoeveel gram CO2 ontstaat er? (C = 12,0; O = 16,0)
  2. Zet de stappen in de goede volgorde om uit de massa van stof A de massa van stof B te berekenen.
  3. 2 Mg + O2 → 2 MgO. Hoeveel gram MgO ontstaat uit 24,3 g Mg? (Mg = 24,3; O = 16,0) Antwoord in gram.
  4. Vul het getal in. Reactie: 2 H2 + O2 → 2 H2O.
  5. Koppel elke stof aan zijn molaire massa. (H = 1,0; C = 12,0; O = 16,0; Na = 23,0; Cl = 35,5)
  6. Kies de juiste woorden.
  7. Sorteer de gegevens: gaat het om een massa of om een hoeveelheid stof?
  8. Welke uitspraken over reactievergelijkingen kloppen?
  9. Bij 2 H2 + O2 → 2 H2O reageert 4,0 g waterstof volledig met zuurstof. Hoeveel gram water ontstaat er? (H = 1,0; O = 16,0)
  10. CaCO3 → CaO + CO2. Hoeveel gram CaO ontstaat uit 200,2 g CaCO3? (Ca = 40,1; C = 12,0; O = 16,0) Antwoord in gram.

Meer zoals dit