Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Taal werkbladen groep 8: het werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde

Leerlingen onderscheiden het werkwoordelijk gezegde van het naamwoordelijk gezegde en zoeken koppelwerkwoorden in zinnen. Ze kiezen, vullen in, verbinden en sorteren in twaalf opgaven voor groep 8.

Door Edform · Taal · Leerjaar 6 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat voor gezegde heeft de zin 'Mijn buurman is timmerman.'?
  2. Wat is het gezegde in: 'De leerlingen maken een werkstuk.'?
  3. Wat is het koppelwerkwoord in: 'Het weer blijft de hele week mooi.'?
  4. Welke zin heeft een naamwoordelijk gezegde?
  5. Welke zin heeft een werkwoordelijk gezegde?
  6. Vul de juiste term in. Kies uit: koppelwerkwoord, naamwoordelijk deel, lijdend voorwerp.
  7. Vul werkwoordelijk of naamwoordelijk in.
  8. Kies de goede term.
  9. Verbind elke zin met het koppelwerkwoord in die zin.
  10. Sorteer de zinnen naar het soort gezegde.

Meer zoals dit