Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Zinsontleding klas 2: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp

Leerlingen in klas 2 zoeken het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp met de vragen wie of wat en aan wie of voor wie. Twaalf vragen: keuzevragen, invullen, koppelen, sorteren en waar/niet waar.

Door Edform · Taal · Leerjaar 8 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is het lijdend voorwerp in de zin: De bakker geeft de klant een brood.
  2. Wat is het meewerkend voorwerp in de zin: Mila schrijft haar oma een brief.
  3. Noteer het lijdend voorwerp: De leerlingen lezen een spannend boek.
  4. Vul het meewerkend voorwerp in.
  5. In welke zinnen staat een meewerkend voorwerp?
  6. Sorteer de zinsdelen uit deze zinnen: Ik geef de buurman een cadeau. Opa vertelt de kleuters een verhaal. Zij schrijft haar vriendin een brief.
  7. Zijn de uitspraken waar of niet waar?
  8. Welke zin heeft zowel een lijdend voorwerp als een meewerkend voorwerp?
  9. Kies het juiste antwoord.
  10. Noteer het meewerkend voorwerp: De conducteur geeft de reizigers een kaartje.

Meer zoals dit