Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Aardrijkskunde groep 5: wonen in de stad of op het platteland

Leerlingen vergelijken wonen in de stad en op het platteland aan de hand van korte teksten. Ze sorteren, koppelen, vullen woorden in en lossen meerkeuzevragen op. Bedoeld voor groep 5 aardrijkskunde.

Door Edform · Aardrijkskunde · Leerjaar 3 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Lisa woont in een flat. Naast de flat is een winkelstraat en elke dag rijden er trams. Waar woont Lisa waarschijnlijk?
  2. Hoort het bij de stad of bij het platteland?
  3. Koppel elk woord aan de juiste uitleg.
  4. Vul het ontbrekende woord in. Kies uit: platteland, stad.
  5. Kies het goede woord.
  6. Kies het goede woord.
  7. Wat past meestal bij het platteland?
  8. Zet de woorden van klein naar groot.
  9. Hoe heet een groot gebouw met veel woningen boven en naast elkaar?
  10. Tom zegt: 'Bij ons is een kleine supermarkt en een bakker. Iedereen kent elkaar.' Waar woont Tom waarschijnlijk?

Meer zoals dit