Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets stelling van Pythagoras: rechthoekige driehoeken

Leerlingen van klas 2 passen de stelling van Pythagoras toe op rechthoekige driehoeken met gegeven zijden: de schuine zijde of een rechthoekszijde berekenen. De toets bestaat uit 12 vragen met meerkeuze, waar of onwaar en rekenen.

Door Edform · Rekenen-wiskunde · Leerjaar 8 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Een rechthoekige driehoek heeft rechthoekszijden van 3 cm en 4 cm. Hoe lang is de schuine zijde?
  2. Een ladder van 5 m staat 3 m van de muur. Hoe hoog tegen de muur reikt de ladder?
  3. De schuine zijde van een rechthoekige driehoek is 13 cm en één rechthoekszijde is 5 cm. Hoe lang is de andere rechthoekszijde?
  4. Welke formule hoort bij een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden a en b en schuine zijde c?
  5. Een rechthoek is 12 cm lang en 16 cm breed. Hoe lang is de diagonaal?
  6. Een rechthoekige driehoek heeft rechthoekszijden van 2 cm en 3 cm. Hoe lang is de schuine zijde, afgerond op één decimaal?
  7. Een rechthoekige driehoek heeft rechthoekszijden van 6 en 8. Welke uitspraken kloppen? Kies alle goede antwoorden.
  8. De schuine zijde is 17 en een rechthoekszijde is 8. Welke uitspraken over de andere rechthoekszijde x kloppen? Kies alle goede antwoorden.
  9. In een rechthoekige driehoek is de schuine zijde altijd de langste zijde.
  10. Een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden 5 en 12 heeft een schuine zijde van 17.

Meer zoals dit