Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Economie toets klas 6: marktvormen en elasticiteit

Leerlingen onderscheiden volkomen concurrentie, monopolie en oligopolie en berekenen eenvoudige prijselasticiteit. De toets voor klas 6 heeft 12 vragen: meerkeuze, waar of onwaar, korte antwoorden en een rekenvraag.

Door Edform · Economie · Leerjaar 12 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welk kenmerk hoort bij volkomen concurrentie?
  2. Wat geldt voor een monopolist?
  3. In een oligopolie hoeven aanbieders bij hun prijsbeslissingen geen rekening te houden met de reacties van concurrenten.
  4. Welke kenmerken horen bij een oligopolie?
  5. De prijs van een product stijgt van € 10 naar € 12 en de gevraagde hoeveelheid daalt van 500 naar 450 stuks. Bereken de prijselasticiteit van de vraag (met minteken).
  6. De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −2. Wat gebeurt er bij een prijsstijging van 10%?
  7. Hoe heet de marktvorm met precies één aanbieder?
  8. De prijselasticiteit van de vraag naar een product is −0,4. Wat voor vraag is dit?
  9. Een aanbieder met een onelastische vraag verhoogt zijn prijs. Wat gebeurt er met de omzet?
  10. Welke factoren maken de vraag naar een product eerder prijselastisch?

Meer zoals dit