Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets vormen kleuters: links, rechts en naast

Kinderen beantwoorden vragen over links, rechts en naast: waar staat of ligt iets ten opzichte van iets anders. De leerkracht leest de twaalf vragen voor; ze zijn meerkeuze, waar/onwaar of kort antwoord en bedoeld voor kleuters.

Door Edform · Rekenen-wiskunde · Kleuterklas · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Sem, Lisa en Noor staan op een rij. Sem staat links, Lisa in het midden en Noor rechts. Wie staat links?
  2. Sem, Lisa en Noor staan op een rij. Sem staat links, Lisa in het midden en Noor rechts. Wie staat rechts?
  3. De kat zit links van de hond. Waar zit de hond?
  4. Het boek ligt naast de tas. Wat betekent naast?
  5. De bal ligt aan de zijkant van de stoel, dus niet erop en niet eronder. Waar ligt de bal?
  6. Sem, Lisa en Noor staan op een rij. Lisa staat in het midden. Wie staan er naast Lisa?
  7. Het boek ligt naast de tas. Dan ligt het boek op de tas.
  8. Je hebt een linkerhand en een rechterhand.
  9. Links en rechts betekenen hetzelfde.
  10. Het tegenovergestelde van links is ...

Meer zoals dit