Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Werkblad werkwoordspelling klas 2: verleden tijd met 't kofschip

Leerlingen kiezen -de of -te met de regel van 't kofschip en passen die toe bij regelmatige werkwoorden in de verleden tijd, met meerkeuze, invullen, koppelen en sorteren. Bedoeld voor klas 2 van het voortgezet onderwijs.

Door Edform · Taal · Leerjaar 8 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Welk woord is goed? Ik ... gisteren in Utrecht. (wonen)
  2. Welk woord is goed? Mijn moeder ... gisteren hard. (werken)
  3. Welk werkwoord krijgt in de verleden tijd (ik) de uitgang -te?
  4. Welk werkwoord krijgt in de verleden tijd (ik) de uitgang -de?
  5. Welk woord is goed? Wij ... gisteren lang met de buren. (praten)
  6. Vul de verleden tijd (ik/hij/zij) in van fietsen en wonen.
  7. Vul de verleden tijd in van blaffen en spelen.
  8. Kies de goede vorm.
  9. Koppel elk werkwoord aan de verleden tijd (ik).
  10. Sorteer de werkwoorden: krijgen ze in de verleden tijd -te of -de?

Meer zoals dit