Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Natuurkunde toets klas 3: arbeid, energie en vermogen

Leerlingen oefenen met arbeid, energie en vermogen: eenheden, energieomzettingen en rekenen met joule en watt. Ze beantwoorden meerkeuzevragen, waar-of-onwaarvragen en korte rekenvragen. Voor natuurkunde in klas 3.

Door Edform · Natuurkunde · Leerjaar 9 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is de eenheid van vermogen?
  2. Een kracht van 20 N duwt een kar 5 m vooruit in de richting van de kracht. Hoeveel arbeid wordt verricht?
  3. Een lamp van 60 W brandt 10 s. Hoeveel energie gebruikt de lamp in J?
  4. Een motor verricht in 10 s een arbeid van 5000 J. Wat is het vermogen van de motor?
  5. Bij een energieomzetting gaat energie verloren: de totale hoeveelheid energie wordt kleiner.
  6. Welke drie van deze zijn vormen van energie?
  7. Welke energieomzetting vindt plaats in een dynamo van een fietslamp?
  8. Een apparaat met een groter vermogen gebruikt in dezelfde tijd meer energie.
  9. Een föhn van 1500 W staat 2 minuten aan. Hoeveel energie gebruikt de föhn in J?
  10. Welke formule hoort bij arbeid?

Meer zoals dit