Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Economie toets klas 5: opbrengsten, kosten en winst van een bedrijf

Leerlingen berekenen totale opbrengst, totale kosten, winst en break-evenpunt. De toets heeft 12 vragen met meerkeuze, waar/onwaar, een kort antwoord en twee rekenvragen voor klas 5 economie.

Door Edform · Economie · Leerjaar 11 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Een bakker verkoopt 250 broden voor € 3,50 per brood. Hoe groot is de totale opbrengst?
  2. Een bedrijf heeft € 4.000 constante kosten en € 6 variabele kosten per product. Het maakt 500 producten. Hoe groot zijn de totale kosten?
  3. De totale opbrengst is € 12.000 en de totale kosten zijn € 9.500. Hoe groot is de winst?
  4. Wat is het break-evenpunt van een bedrijf?
  5. De constante kosten zijn € 6.000, de verkoopprijs is € 10 en de variabele kosten zijn € 4 per product. Bij welke afzet is het bedrijf break-even?
  6. Welke kostenpost is voor een bakkerij een constante kost?
  7. Welke kosten zijn variabele kosten voor een meubelmaker?
  8. Welke veranderingen verhogen de winst, als al het andere gelijk blijft?
  9. Als een bedrijf minder afzet heeft dan het break-evenpunt, maakt het verlies.
  10. Hoe heet het positieve verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten?

Meer zoals dit