Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Duitse naamvallen oefenen klas 2: wisselvoorzetsels met Akkusativ of Dativ

Leerlingen oefenen de wisselvoorzetsels in, auf en an en kiezen tussen Akkusativ en Dativ met de vragen wohin en wo. De 12 vragen zijn meerkeuze, invullen, koppelen en sorteren; voor klas 2 onderbouw.

Door Edform · Engels · Leerjaar 8 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Kies het juiste lidwoord: "Ich gehe in ___ Schule."
  2. Kies het juiste lidwoord: "Ich bin in ___ Schule."
  3. Kies de juiste vorm.
  4. Vul het juiste lidwoord in (Akkusativ of Dativ).
  5. Sorteer de zinnen: wohin (beweging) of wo (plaats)?
  6. Koppel de Nederlandse zin aan de juiste Duitse woordgroep.
  7. Welke uitspraken kloppen?
  8. Zet de woorden in de juiste volgorde: De hond ligt op de bank. Begin met "Der".
  9. Welke zin is correct?
  10. Welke twee zinnen zijn correct?

Meer zoals dit