Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets tabellen en grafieken groep 5: staafdiagram en tabel combineren

Leerlingen halen informatie uit tabellen en staafdiagrammen, ook met schaalverdeling in stappen van 2, 5 of 10. Twaalf vragen met meerkeuze, waar/onwaar en korte antwoorden, op het niveau van groep 5.

Door Edform · Rekenen-wiskunde · Leerjaar 3 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Een bibliotheek schrijft op hoeveel boeken er per dag worden uitgeleend: maandag 20, dinsdag 35, woensdag 30, donderdag 25, vrijdag 40. Op welke dag zijn de meeste boeken uitgeleend?
  2. Bekijk de tabel: maandag 20, dinsdag 35, woensdag 30, donderdag 25, vrijdag 40 uitgeleende boeken. Hoeveel boeken zijn er op dinsdag en woensdag samen uitgeleend?
  3. Bekijk de tabel: maandag 20, dinsdag 35, woensdag 30, donderdag 25, vrijdag 40 uitgeleende boeken. Hoeveel meer boeken zijn er op vrijdag dan op maandag uitgeleend?
  4. De schaalverdeling van een staafdiagram loopt in stappen van 10: 0, 10, 20, 30, 40. Een staaf eindigt precies halverwege 20 en 30. Welk aantal hoort daarbij?
  5. Een tabel laat huisdieren in groep 5 zien: hond 8, kat 12, konijn 6, hamster 4, vis 10. Hoeveel huisdieren zijn dat in totaal?
  6. Kinderen kiezen een sport: voetbal 14, hockey 8, zwemmen 12, turnen 6, judo 10. In het staafdiagram is één staaf twee keer zo hoog als de staaf van turnen. Welke sport is dat?
  7. Kinderen kiezen een sport: voetbal 14, hockey 8, zwemmen 12, turnen 6, judo 10. Welke uitspraken kloppen?
  8. Een tabel laat zien hoeveel ijsjes er per dag zijn gegeten: maandag 10, dinsdag 20, woensdag 30, donderdag 20, vrijdag 40. Op welke dagen zijn precies 20 ijsjes gegeten?
  9. Een tabel laat zien: boeken 12, tijdschriften 8, strips 15, kranten 5. Samen zijn dat 38 stuks.
  10. In een staafdiagram met stappen van 10 is een staaf die tot 40 reikt twee keer zo hoog als een staaf die tot 20 reikt.

Meer zoals dit