Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Economie oefenen klas 3: inflatie en koopkracht

Leerlingen berekenen met voorbeelden hoe prijzen stijgen en wat inflatie betekent voor de koopkracht. De 12 vragen bevatten percentageopgaven, koppelen, sorteren en meerkeuze; voor klas 3 onderbouw.

Door Edform · Economie · Leerjaar 9 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is inflatie?
  2. Een broodje kostte vorig jaar € 2,00 en kost nu € 2,10. Met hoeveel procent is de prijs gestegen?
  3. Een pak koffie kost € 4,00. De prijs stijgt met 10%. Wat is de nieuwe prijs in euro?
  4. Het loon van Jan stijgt met 2%. De prijzen stijgen gemiddeld met 4%. Wat gebeurt er met zijn koopkracht?
  5. Vul het juiste woord in.
  6. Kies de juiste woorden.
  7. Koppel het begrip aan de uitleg.
  8. Stijgt of daalt de koopkracht? Sorteer.
  9. Welke uitspraken kloppen?
  10. Een product kostte € 2,00; met € 20 kon je er 10 kopen. De prijs stijgt met 25%. Hoeveel producten kun je nu met € 20 kopen?

Meer zoals dit