Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets molrekenen klas 5: concentratie en molariteit

Leerlingen berekenen molariteit, aantal mol en volume bij oplossingen en rekenen mL om naar L. De toets heeft 12 vragen: meerkeuze, rekenen, invullen, koppelen en waar-of-niet-waar, voor klas 5.

Door Edform · Scheikunde · Leerjaar 11 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is de formule voor de molariteit c van een oplossing?
  2. In 0,50 L oplossing zit 3,0 mol opgeloste stof. Wat is de concentratie?
  3. Een oplossing van 2,0 L bevat 0,50 mol opgeloste stof. Bereken de concentratie in mol/L.
  4. Hoeveel mol opgeloste stof zit er in 250 mL van een oplossing van 0,20 mol/L?
  5. Je hebt 0,30 mol van een stof nodig uit een oplossing van 1,5 mol/L. Hoeveel liter oplossing heb je nodig?
  6. Je lost 11,7 g NaCl (M = 58,5 g/mol) op tot 500 mL oplossing. Bereken de concentratie in mol/L.
  7. In 2,0 L van een oplossing van 1,0 mol/L zit 2,0 mol opgeloste stof.
  8. Reken om naar liter.
  9. Koppel elke grootheid aan de juiste eenheid.
  10. Je voegt water toe aan een oplossing. Het aantal mol blijft gelijk.

Meer zoals dit