Naar inhoud
Gratis beginnen

Toets

Toets goniometrie klas 6: sinusoïden, amplitude en periode

Leerlingen bepalen amplitude, periode, evenwichtsstand en faseverschuiving van sinusfuncties met meerkeuzevragen, waar/onwaar en korte antwoorden. Bedoeld voor klas 6 van havo en vwo; met uitleg bij elk antwoord.

Door Edform · Rekenen-wiskunde · Leerjaar 12 · Gepubliceerd op 29 okt 2026 · Nieuw

Er wordt een kopie aan je account toegevoegd. Pas die aan zoals je wilt.

Vragen

  1. Wat is de amplitude van f(x) = 3 sin(x) + 2?
  2. Wat is de periode van f(x) = sin(2x)?
  3. Wat is de evenwichtsstand van f(x) = 4cos(x) − 1?
  4. De grafiek van f(x) = 2 sin(x − π/3) is verschoven ten opzichte van y = 2 sin(x). Hoe?
  5. Wat is de periode van f(x) = 5 sin(x/2)?
  6. Wat zijn het maximum en het minimum van f(x) = 3 sin(x) + 1?
  7. Welke uitspraken over f(x) = 2 sin(3x) + 1 kloppen?
  8. Welke functies hebben periode π?
  9. De grafiek van y = sin(x) + 3 heeft dezelfde amplitude als de grafiek van y = sin(x).
  10. De amplitude van y = −2 sin(x) is −2.

Meer zoals dit